Op mijn achttiende vertrok ik alleen naar India, met niet meer dan een rugzak en mijn eerste camera. Wat begon als een reis, groeide uit tot een levenslange zoektocht naar verstilde momenten en ongerepte schoonheid. Diezelfde schoonheid vond ik later terug in afgelegen regio’s, waar ik als expeditie- en scheepsarts naartoe mocht reizen. Daar besefte ik dat fotografie niet alleen mijn passie was, maar ook een manier om anderen mee te nemen in mijn blik op de wereld – een manier om stilte, ruimte en de kracht van de natuur te delen.
Als arts heb ik geleerd verder te kijken dan wat direct zichtbaar is. Ik luister niet alleen naar woorden, maar ook naar lichaamstaal en stiltes – omdat die vaak meer zeggen dan het gesprek zelf. In de natuur werkt het net zo: de kleinste bewegingen, subtiele overgangen van licht en verstilde momenten vertellen de diepste verhalen. In Antarctica ga ik daarom vaak op één plek zitten en observeer ik wat er gebeurt. Alleen dan zie ik echt: de eenzame pinguïn die een weg naar de top zoekt, of hoe een kolonie van honderdduizenden vogels letterlijk en figuurlijk een zee van leven vormt. Als je die rust niet vindt, gaan deze verhalen aan je voorbij. Mijn camera helpt me deze momenten vast te leggen – en die wil ik graag delen met anderen.
Hoewel ik als (huis)arts mijn roeping had gevonden, werd mijn passie voor fotografie steeds sterker. De combinatie van geneeskunde en fotografie heeft me geleerd dat helen verder gaat dan het fysieke; het gaat ook om het voeden van de ziel met schoonheid en verwondering. Fotografie stelt me in staat mijn blik te verruimen, de wereld intenser te beleven en de natuur op een nieuwe manier te waarderen.
De natuur heeft een bewezen positieve invloed op ons welzijn. Ze brengt rust, verwondering en perspectief. Met mijn fotografie wil ik mensen deze schoonheid laten zien en laten voelen – een moment van verstilling, verwondering en verbinding met de natuur.